Column: Bovengemiddeld

Mannen houden niet van gemiddeld. Dat is ongetwijfeld waarom ze er in enquêtes over hun geslachtsdeel steevast een paar centimeter bij fantaseren. Deze drang om overal groter en beter in te zijn dan anderen, zit er getuige de volgende anekdote al vroeg in.

In de boekhandel waar ik werk ligt ergens op de ooghoogte van een mier het Guinness Book of World Records. Toch heeft dit verdekt opgestelde boek een onnavolgbare aantrekkingskracht op jongetjes van rond de zeven jaar oud. Nu trekt het boek met zijn blauwe kaft vol springerige, zilveren letters ook wel de aandacht, toch vind ik het erg typisch dat de macho’s van later zich al op jonge leeftijd interesseren in mensen en dieren die ergens in uitblinken. De eerste keer dat er twee jochies binnenkwamen die zich met oogkleppen op, op het boek stortten dacht ik nog dat het toeval was. Nadat deze scène zich echter een aantal keer had voltrokken kon het geen toeval meer zijn, dat al deze kinderen het boek nog sneller wisten te vinden dan een luchtdoelraket zijn target.

Iedere keer wanneer dit ritueel zich voltrekt, start het met het ter aarde storten van de kinderen in kwestie. Eenmaal zittend op hun knieën beginnen ze druk te bladeren, ondertussen zichzelf begeleidend door middel van het slaken van luide kreten. In het beste geval is dit ‘oooh’ of ‘aaah’, in het meest voorkomende ‘OMG’ of ‘wolla’. Hun ogen zijn zo groot als schoteltjes wanneer ze lezen over Felix Baumgartner die van een kleine 39 kilometer skydivede. Hij haalde hierbij overigens een snelheid van bijna 1400 kilometer per uur. Daar kan zelfs geen Duitse snelweg tegenop. Dit is overigens nog niets vergeleken bij de Canadees Ryan Stock, de man die een zwaard van ruim veertig centimeter inslikte. Nou, eitje, denk je, dat doe ik als ochtendgymnastiek vlak voor mijn bakje muesli. Maar er is meer: hij knoopte vervolgens een touw waarvan het andere uiteinde vastzat aan een Audi aan het heft en trok deze auto voort. Zo, nu jullie weer.

Lees verder

Advertenties