Column: Goed fatsoen

Het is een uur of vier en ik bevind me in het openbaar vervoer: de spits staat op het punt te beginnen en de bussen en treinen zitten al aardig vol. Met name met scholieren, voor de werkende mens is het nog wat vroeg. Voor me zitten twee jochies van een jaar of veertien.

Ze giebelen wat, niet heel vreemd op deze leeftijd. Wat mijn aandacht wél trekt, zijn de ondeugende blikken waarmee twee paar ogen de telefoon van één van de jongens aankijken. De telefoon staat op de luidsprekermodus en ik hoor een vriendelijke vrouwenstem aan de andere kant van de lijn. 0800-0432 staat er op het scherm en er gaat ook bij mij een belletje rinkelen.

Ze blijven bellen, terwijl ze omstebeurt de meest verschrikkelijke verhalen vertellen. Van ruzie thuis tot mishandeld of weggelopen zijn. Tussen de telefoontjes door overleggen ze luid lachend wat ze deze keer zullen verkondigen: ‘Nee joh, dat geloven ze nooit!’ en ‘Jij moet deze doen, mijn stem is niet zwaar genoeg.’. Er wordt door de heren dus serieus nagedacht over de verhalen.

Lees verder

Advertenties